Integratie Welzijn Nieuwe Stijl Kinderen op Stap


De overheid heeft besloten vanaf 2015 een proces van decentralisatie in gang te zetten:  de overheid stoot taken af naar de gemeente.  De Wet Maatschappelijke Ondersteuning, waar onze zorgverlening aan autistische kinderen en kinderen met ADHD onder valt, wordt daarom vanaf 2015 door de gemeente uitgevoerd. Het motief hierachter is zorg dichter bij de mensen te brengen, en te bewerkstelligen dat bedrijven cliënt gerichter zorg leveren. Om dit te kunnen realiseren heeft de overheid een richtlijn gegeven voor de zorgsector: de acht bakens van Welzijn Nieuwe Stijl. Voor ons als Zorgboerderij Kinderen op Stap noodzaak om deze te integreren in ons beleid. Hiermee streven wij naar een zo optimaal mogelijke samenwerking met de gemeente en andere bedrijven in de zorgsector. In het onderstaande wordt onze visie uiteen gezet.

Samenwerkingsverband Vereniging Zorgboeren Zuid-Holland

Alle zorgboerderijen in en rondom het Groene Hart hebben de handen ineen geslagen in de Vereniging Zorgboeren Zuid-Holland. Omdat Welzijn Nieuwe Stijl veel gaat om integraal samenwerken hebben wij met deze vereniging ook een visie opgesteld waarin we de acht bakens van Welzijn Nieuwe Stijl integreren. In deze visie sluiten wij hier deels op aan, maar formuleren we wel hoe we de bakens gaan integreren en al integreren in ons beleid als Zorgboerderij Kinderen op Stap. Er is bewust gekozen baken drie: ‘direct erop af’ niet in het onderstaande te behandelen, omdat dit baken vooral gaat over ‘zorgmijders’. Omdat onze cliënten afhankelijk zijn van Persoons Gebonden Budget of Zorg in Natura en dus per definitie zorg niet mijden is dit niet van toepassing.

Integratie van de bakens in het beleid van Kinderen op Stap

Welzijn Nieuwe Stijl leent zich voor een zorgboerderij: het zijn flexibele instellingen die zich snel kunnen ontwikkelen en vanuit zichzelf al veel zoeken naar ‘participatie’ vanuit de samenleving. Omdat het bedrijf Kinderen op Stap sinds een aantal jaar een voortgaand proces van professionalisering doorgaat zijn wij als bedrijf al enige tijd bezig met vooruit denken. De maatschappij meer activeren is hierin één van onze pijlers geweest. Dit hebben we gedaan door een Stichting op te richten die het bedrijf ondersteunt en de maatschappij activeert te geven om en aan kinderen met een beperking. Ook zijn er in de loop naar de integratie van de acht bakens toe een aantal nieuwe initiatieven opgezet die in volle ontwikkeling zijn. Hieronder daarover meer, bij de behandeling van de specifieke bakens gekoppeld aan ons beleid als bedrijf. 

1. Gericht op de vraag achter de vraag
Vanuit Welzijn Nieuwe Stijl wordt een vraag gerichter zorg voorgesteld. Als bedrijf werken wij al vanaf het begin vraaggericht, omdat ‘zorgvragers’ –het zit al in het woord- bij ons aankloppen met een specifieke zorgvraag. Een kind met Autisme wil leren hoe het zijn vrije tijd op een ontspannen manier kan beleven, bijvoorbeeld. Of een kind met ADHD wil leren hoe hij beter met andere kinderen kan spelen. De vraag achter de vraag; de zorg die een kind echt nodig heeft, wordt vaak duidelijk als een kind een tijdje bij ons op de boerderij komt. Onze pedagogisch medewerkers observeren het gedrag van een kind, maken kennis met de ouders en zien hoe het kind interacteert met andere kinderen. Aan de hand van deze observaties stellen wij vanuit onze professionaliteit leerdoelen op voor een kind. Als we merken dat een kind meer hulp nodig heeft dan dat wij kunnen bieden, proberen we dit via ander wegen te leveren: in samenwerking met jeugdzorg en andere zorgverleners. Dit omdat wij geen zorg voorstaan die alleen symptomen bestrijdt, maar streven naar zorg die het probleem in de wortel aanpakt.

2. Gebaseerd op de eigen kracht van de burger
Als we deze baken toespitsen op de zorgvragers zelf – die ook burgers zijn – gaan wij als bedrijf niet uit van de beperkingen van een hulpbehoevend kind, maar van de mogelijkheden die het kind heeft .Door in onze begeleiding hierop te wijzen krijgen kinderen vertrouwen in hun eigen kunnen en kunnen ze talenten verder ontwikkelen en in de toekomst beter functioneren in de maatschappij. Als we deze tweede baken betrekken op de kracht van de burger, in dit geval de mensen rondom de zorgvrager, komt de vraag op in hoeverre wij als bedrijf trachten gebruik te maken van de kracht van burgers. Dit is een punt waarin het bedrijf zich ontwikkelt. De afgelopen jaren zijn we een leer- en werkbedrijf geweest voor stagiaires en sinds de oprichting van Stichting Toekomst voor Zorgkinderen bieden we ook een plek aan vrijwilligers.

4. Formeel en informeel in de optimale verhouding
Met het creëren van een leeromgeving voor vrijwilligers proberen wij de maatschappij actief te laten participeren in de zorgverlening aan onze cliënten. Wij zoeken hierin naar een balans in formele zorgverlening door onze eigen geschoolde medewerkers, en informele zorgverlening door vrijwilligers. Ook proberen wij sociale netwerken van zorgvragers te activeren. Het is geen goede zaak als een zorgvrager volledig afhankelijk is van de zorg die wij bieden op de zorgboerderij. Daarom is zo’n sociaal netwerk zo belangrijk. Wij proberen dit te bevorderen door ouders van kinderen die op onze boerderij komen met elkaar in contact te brengen. Zo kunnen ze elkaar helpen, tips geven en een open gesprek voeren. Ook stimuleren wij het als opa’s en oma’s of andere familieleden betrokken willen zijn bij de zorg van hun kleinkind dat op de boerderij komt spelen. Stichting Toekomst voor Zorgkinderen is mede opgericht om een plek te kunnen bieden aan broertjes en zusjes van zorgvragers, omdat die soms extra aandacht en zorg behoeven. Ook aan hen willen we een plek bieden.

5. Doordachte balans collectief en individueel
In de beschrijving van dit baken wordt vanuit de overheid verondersteld dat de verzorgingsstaat is doorgeschoten in individuele zorgverlening. Onze begeleiding is daarentegen in wezen collectief: ieder weekend komt een groep kinderen spelen. Zij worden zowel collectief als individueel begeleid. Vaker collectief omdat voor de meeste van hen leerpunten liggen op het vlak van sociale interactie. Toch willen wij als Kinderen op Stap ook meer individuele zorg naar ons toetrekken. Niet in de weekenden, omdat de collectieve begeleiding dan centraal staat, maar daaromheen. Als kinderen door de weeks aan de hand van specifieke leerdoelen individueel worden begeleid kunnen zij het geleerde toepassen in de groep. Zo ondersteunen de collectieve en individuele begeleiding elkaar, en heeft een kind met een beperking niet het probleem dat het iedere week naar vier verschillende zorgverleners moet. Als Kinderen op Stapt zijn we bezig met het ontwikkelen van het bieden van deze individuele begeleiding.

6. Integraal werken
Hulpverlening heeft niet het optimale effect als het vanaf een eiland gegeven wordt. In Welzijn Nieuwe Stijl wordt het belang van samenwerking benadrukt: verschillende zorgverleners moeten met elkaar in zee gaan om optimale zorg te kunnen verlenen. Wij doen dit door actief lid te zijn van de Vereniging Zorgboeren Zuid-Holland, een koepelorganisatie van 35 Zuid-Hollandse zorgboeren met ieder een andere doelgroep en specialisatie in dienstverlening. Binnen de vereniging wordt getracht integraal samen te werken door cliënten door te schuiven als dit voor de cliënt beter is. Daarnaast hebben wij veel contact met andere zorgverleners van een kind, bijvoorbeeld de individuele begeleider, de leerkracht op het speciaal onderwijs en Jeugdzorg. Door deze contacten proberen wij samen met andere zorgverleners tot begeleiding te komen die de problemen van een kind in de wortel aanpakt. Ook streven wij op deze manier een eenlijnige en coherente begeleidingstrategie voor een kind.

7. Niet vrijblijvend maar resultaatgericht
‘Een gezonde mix  maken van korte en lange termijn’ is volgens Welzijn Nieuwe Stijl belangrijk in het opstellen van doelen voor een zorgvrager. Zoals eerder al benoemd stellen wij aan de hand van de zorgvraag en onze eigen observaties een begeleidingsplan op voor onze cliënten. Hierin zijn leerdoelen opgenomen. Wij proberen in het opstellen van deze leerdoelen niet te abstract en algemeen te zijn. Natuurlijk is het goed dat er op langer termijn gedacht wordt, maar het is ook goed om leerdoelen heel concreet te maken. Bijvoorbeeld: Zeggen dat je boos bent in plaats van te gaan schelden. Wij houden het niet bij het opstellen van doelen, maar werken in het begeleidingsplan ook concrete mogelijkheden uit die tot verwezenlijking van het doel kunnen leiden.

8. Gebaseerd op kracht van professional
De overheid benadrukt in Welzijn Nieuwe Stijl de relatie tussen de zorgvrager en zijn netwerk enerzijds en de zorgverlener anderzijds. De professional heeft de ruimte nodig om zelfstandig te handelen. Dit is belangrijk: omdat wij als professioneel bedrijf de kinderen veel meemaken hebben wij zicht op wat goede begeleiding is voor een kind. Wij nemen dan ook de ruimte om zelfstandig beslissingen te maken over de begeleiding van een kind. Ook ‘finetuning’ is een belangrijk begrip in deze. Omdat vrijwilligers het werk van pedagogisch medewerkers ondersteunen is het van belang dat alle verschillende taken en werkzaamheden op elkaar afgestemd zijn. Voor de vrijwilliger bestaat een functiebeschrijving en hij of zij wordt door middel van een inwerkprocedure begeleid in het op de juiste manier uitvoeren van zijn of haar taak.