Begeleiding

 
 

Begeleidingsplan

Ieder kind is anders en ieder kind heeft daarom ook andere begeleiding nodig. Met de ouders/verzorgers wordt een uitgebreid intakegesprek gevoerd en via intakeformulieren wordt zoveel mogelijk informatie van het kind verstrekt. Ook wordt het kind de eerste malen op de boerderij door de begeleiding geobserveerd. Met al deze informatie wordt een begeleidingsplan geschreven, waarin naar voren komt hoe het kind begeleid wordt en aan welke leerdoelen met het kind gewerkt wordt. Leerdoelen kunnen onder andere betrekking hebben op sociale vaardigheden, emotionele vaardigheden en persoonlijke verzorging. Over de ontwikkeling van het kind worden rapportages gemaakt en de begeleidingsplannen worden met de ouders/verzorgers geëvalueerd.

Methodieken

Naast de begeleiding via de begeleidingsplannen en leerdoelen worden ook aspecten uit verschillende methodieken gebruikt. De aspecten die van toepassing zijn op de situatie op de zorgboerderij en die van toepassing zijn op het kind, worden ingezet. Verschillende begeleiders zijn in deze methodieken getraind. Hieronder worden de methodieken kort uitgelegd.

Psychomotorische en sensorische ontwikkeling
Op de boerderij zijn kinderen onder andere veel bezig met bewegen, voelen van verschillende materialen, dieren en natuurproducten, zelfvertrouwen en nieuwe dingen uitproberen. Hierbij wordt gelet op de psychomotorische en sensorische ontwikkeling. De begeleiders van de zorgboerderij worden geschoold om gebruik te maken van werkvormen gericht op de psychomotorische en sensorische ontwikkeling. Het gaat hierbij onder andere om bewegingsgedrag, lichaamstaal, lichamelijke spanningen, evenwicht, zintuigen en prikkels. Via deze weg worden kinderen zoveel mogelijk gestimuleerd wat betreft hun zelfvertrouwen, de omgang met spanning in het lijf, het voelen van het eigen lichaam, het maken van verschillende bewegingen en het uitproberen van nieuwe dingen, et cetera.

         
 
Gentle Teaching
Bij Gentle Teaching gaat het om het ontwikkelen van een onvoorwaardelijke, wederkerige vertrouwensrelatie tussen het kind en de begeleider, zodat het kind zich veilig en geliefd voelt door de begeleider en daardoor zichzelf kan zijn. Via deze vertrouwensband wordt het kind geleerd om te gaan met stressvolle situaties, waarbij het kind uiteindelijk zelf de regie kan houden in een stressvolle situatie en dit zelf kan oplossen. Op de boerderij trachten de begeleiders altijd een vertrouwensband op te bouwen met het kind en het kind te helpen in stressvolle situaties. Hierbij wordt soms gebruik gemaakt van beloning en straf, maar vaak ook van het tot rust brengen van een kind, afleiding geven, een knuffel of een aai over de bol, uitleg van de situatie, et cetera.
 
Brainblocks
Op de zorgboerderij zijn wij gecertificeerd in het geven van Brainblocks. Brainblocks is een communicatiemiddel om met een kind met autisme te praten over autisme. Het is een beeldend middel dat het kind helpt zichzelf - in relatie tot anderen - beter te begrijpen. Wat werkt er bij hen anders dan bij mensen zonder autisme? Welke gevolgen heeft dat voor hun functioneren in het dagelijkse leven? Hoe ga je daarmee om? Et cetera. Door Brainblocks krijgt het kind met autisme handvatten om het eigen perspectief te verduidelijken en krijgen anderen inzicht in hun gedrag. Op de boerderij wordt Brainblocks ingezet bij kinderen die verduidelijking nodig hebben of geïnteresseerd blijken in Brainblocks.


 
Rots en Water
Rots en Water is een psychofysieke training met het volgende doel: het vergroten van de communicatie- en sociale vaardigheden en welzijn bij kinderen en het voorkomen of verminderen van sociale problemen zoals pesten, conflicten, uitsluiting, meeloopgedrag en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Hierbij wordt de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind ondersteund en bevorderd. Rots en Water is op de zorgboerderij geïntegreerd bij het paardrijden.

In Rots en Water wordt er gewerkt met drie kastelen: het ‘waterkasteel’, het ‘rotskasteel’ en het ‘ademkasteel’. Hierin staat de rots voor kracht en onverzettelijkheid en het water voor vriendschap, verbondenheid, communicatie en vrede. Het ademkasteel zorgt voor rust en stabiliteit. Deze kastelen leiden tot een sterke en rustige basis, wat gestimuleerd kan worden tijdens het paardrijden. Dit door bijvoorbeeld te blijven doorademen wanneer het even spannend is, ofwel het gebruik van het ademkasteel. Kinderen kunnen tijdens het paardrijden hun grenzen aangeven: het bouwen van een rotskasteel. Ook kan paardrijden best spannend zijn, waardoor kinderen worden gestimuleerd om goed naar zichzelf te luisteren of juist leren uitdagingen aan te gaan door bijvoorbeeld toch een stukje te gaan draven. De kinderen kunnen onder andere leren de pony te sturen, te laten stoppen en te laten stappen. Dit kan bijdragen aan zelfvertrouwen. Naast een regelmatige ademhaling en spierspanning is het tijdens het paardrijden ook belangrijk om weer te ontspannen en zo te voelen hoe het paard zich beweegt. Daarnaast is het van belang goed samen te werken. Het kind werkt samen met het paard, de instructeur en de andere kinderen. Zij helpen elkaar namelijk vaak met de verzorging van het paard. Op deze manier is er ruimte voor sociale ontwikkelingen en zo ontstaat het waterkasteel.

Geef me de 5
Bij de ‘Geef me de 5’ methodiek wordt ervan uitgegaan dat wanneer een kind boos of verdrietig wordt, dit meestal de oorzaak heeft dat er iets niet duidelijk is voor het kind. Het doel is daarom ook om het leven om het kind heen duidelijk te maken. Dit wordt gedaan door uitleg te geven op ‘de vijf’, namelijk wat, waar, wie, wanneer en hoe. Eventueel kan het waarom daarbij uitgelegd worden. Op de zorgboerderij worden situaties ook zo duidelijk mogelijk uitgelegd aan een kind en wordt de puzzel waar ‘de vijf’ op staan, gebruikt om een situatie te verhelderen. 


 

Ieder kind is uniek

Op de boerderij wordt verder altijd ingespeeld op de situatie of op de behoeften van het kind. Ieder kind is uniek en heeft een aparte begeleidingsvorm nodig. Verschillende interventies worden daarom ingezet en hierbij wordt de creativiteit van de begeleiders uitgedaagd en gebruikt. Zo wordt er bijvoorbeeld gebruikgemaakt van een thermometer of emotiemeter om aan te geven hoe een kind zich voelt. Ook kunnen picto’s of de time-timer gebruikt worden. Verder worden er leuke dingen boeken gemaakt, die kinderen thuis kunnen bekijken, waardoor het omschakelen naar de boerderij makkelijker wordt. Verder kan een hoofd getekend worden en kunnen moeilijke dingen uit het hoofd ‘geschrapt’ worden, zodat het kind daar even niet aan hoeft te denken en zich weer beter voelt. Zo worden op de behoeften en mogelijkheden van het kind ingespeeld en wordt ieder kind op zijn of haar eigen wijze begeleid.